Taal: tips, tools en stimuleren

Als je gaat spelen met jongeren die nog niet lang in België blijven, dan spreken zij nog onvoldoende Nederlands om vlot een speluitleg te begrijpen. Bovendien is het niet zo gemakkelijk om Nederlands te leren.

We willen benadrukken dat taal zeker geen grote drempel hoeft te zijn. Spel is universeel! 

Hieronder vind je:

  • 10 tips: een spel uitleggen aan anderstaligen
  • Extra hulpmiddelen: pictogrammen en andere communicatietools
  • Tips en tools om eventueel met taalstimulering aan de slag te gaan

10 tips: een spel uitleggen aan anderstaligen

1. Spreek traag en duidelijk

  • Gebruik eenvoudige woordenkorte zinnen en spreek traag en duidelijk.
  • Spreek ook voldoende luid, dan moeten de jongeren zich alvast niet extra concentreren omdat je te stil spreekt.
  • Wees je ook bewust van woordenschat die jij heel goed kent, maar de anderstalige jongeren nog niet. Een 'vergadering' op zondag klinkt voor hen heel saai, terwijl jij gewoon je scoutsactiviteit bedoelt.
  • Gebruik ook altijd hetzelfde woord, liever geen synoniemen of varianten. Anders heb je het gevoel dat het over iets anders gaat. Bijvoorbeeld: Zeg steeds schoen en niet schoen, bot, laars, sandaal. 
  • Gebruik internationale woorden wanneer het kan. Dit zijn woorden die in verschillende talen ongeveer hetzelfde zijn. Gebruik bv liever het woord ‘competitie’ (competition) in plaats van ‘wedstrijd’.
  • Pas op dat je niet vervalt in een soort babytaal (“Ik lopen daar, jij wachten hier”). Zo leren ze de taal niet en voelen ze zich mogelijk kinderlijk behandeld.

Panikeer niet als ze niet meteen 100% mee zijn. Dan heb je de andere tips nog. ;)

2. Speel!

Soms kan je ook gewoon beginnen en ontdekken de jongeren gaandeweg vanzelf het spel. Probeer het eens bij Dikke Bertha. Eerst kijken ze vreemd op als je hen optilt, maar even later rennen ze zelf gretig hun vrienden achterna. 

Overdrijf met je bewegingen wanneer je iets uitlegt. Beeld uit wat je bedoelt: lopen, springen, tikken, … Overdrijf gerust, loop desnoods naar de andere kant van het veld als dat de bedoeling is. Zeg niet "Je moet blijven staan als je getikt bent" maar demonstreer dat tegelijkertijd, zodat je spelers zien wat er gebeurt.

Het is ook handig om de speluitleg met twee personen te geven. Zo kan 1 persoon zeggen wat je gaat doen en kan de andere personen het op hetzelfde moment tonen.

3. Herhaal

Om zeker te zijn dat iedereen het begrijpt, kan je de speluitleg ook laten herhalen door iemand. Zorg er zeker voor dat ze zich dan niet hoeven te schamen. Je kan iemand hiervoor ook even apart nemen. Maar wanneer je het uittest, dan zal je het natuurlijk al even snel merken.

Het helpt ook om je speluitleg in kleine groepjes te geven. Dan zijn de jongeren ook minder afgeleid, begrijpen ze je gemakkelijker, kun jij ook sneller zien of ze het begrepen hebben en durven zij sneller om uitleg vragen.

Hoe vaker je een spel speelt, hoe minder uitleg je nodig hebt. Dat geeft hen ook vertrouwen. 

4. Bouw op

Durf je speluitleg op te bouwen. Leg eerst de basisversie uit en speel die. Als er extra zaken bij komen voeg je die er na een tijdje stap voor stap bij. Bijvoorbeeld: 

  • Verdeel de groep op een willekeurige manier in 2. Elke groep heeft een vlag en bouwt een kamp. Je mag elkaars vlag stelen, er mogen maar 2 mensen verdedigen.
  • Voeg leventjes toe. Je kunt enkel een vlag stelen als je een leven op zak hebt. Probleem: er loopt een boeman rond. Als hij je tikt, moet je je leven afgeven. Je haalt een nieuw kaartje in je eigen kamp.
  • Spelers mogen nu ook van elkaar levens afnemen. Hiervoor moeten ze elkaar tikken en de winnaar bepalen met blad-steen-schaar.
  • Om het kwartier luidt een duidelijke bel. Elke groep vaardigt een speler af voor een duel. Daar halen ze het beest uit zichzelf naar boven: hanengevecht, krokodillengevecht, gorillaworstelen, je kan het zo gek niet bedenken. De verliezer krijgt een handicap: hij wordt geblinddoekt, moet zijn benen samenbinden of mag enkel achteruit lopen.

5. Gebruik consequent signalen

Bijvoorbeeld:

  • 1 keer fluiten = even stil zijn, de speluitleg begint
  • 2 keer fluiten = aandacht, er is een extra regel in het spel of de leiding moet iets zeggen
  • 3 keer fluiten = het spel is gedaan

Na een tijdje kennen de kinderen en jongeren de signalen, en reageren ze vanzelf.

6. Haal je tekentalent naar boven

Sommige dingen kan je niet tonen of uitleggen. Gebruik dan tekeningen of foto's.

Probeer de speluitleg visueel te maken. Druk tekeningen af, als je belangrijke woorden wilt uitleggen. Maar je kan een groot spel ook uittekenen. Zo kan je de verschillende stappen van een spel duidelijk maken. Bijvoorbeeld:

  • 1ste tekening: Je moet eerst een animator zoeken. Er zijn verschillende animatoren verstopt in het bos.
  • 2de tekening: bij die animator doe je een opdrachtje en krijg je in ruil een kaartje.
  • 3de tekening: met je kaartje ga je naar de centrale post en kan je daar je kaartje omruilen voor geld.
  • 4de tekening: de groep met het meeste geld wint!

Een postenspel of sjorcontructie wordt op deze manier meteen veel duidelijker.

Of denk maar aan een evaluatie van je activiteit. Print bijvoorbeeld verschillende smileys af: blijf, boos, gefrustreerd, verdrietig, verward, ... Welke smiley past het best bij hun gevoel na deze dag?

7. Controleer of iedereen mee is

Vraag niet "Heeft iedereen het begrepen", maar spreek een paar personen rechtstreeks aan: "Ahmed, waar gaan we mee beginnen straks?" - "Lynn, wat doe je als je 5 muntjes hebt verdiend?" Zorg dat niemand zich schaamt omdat hij het niet weet.

Wanneer je oogcontact maakt met de jongeren, kun je veel sneller zien of ze het begrepen hebben. Vraag hen ook of ze het begrepen hebben en laat voldoende tijd en kijk voldoende lang naar hen, zodat iedereen de kans kreeg om te zeggen “neen’. Zo merken ze ook dat je het normaal zou vinden dat ze het niet begrepen hebben. Om uitleg vragen, is geen probleem voor een wereldspeler!

Het helpt ook om je speluitleg in kleine groepjes te geven. Dan zijn de jongeren ook minder afgeleid, en durven zij sneller om uitleg vragen. Jij ziet ook sneller of ze mee zijn.

8. Baken je terrein goed af

Het volstaat niet om te zeggen: "Je mag niet verder dan het gebouw aan die kant en ga niet verder dan de weg aan de andere kant." Baken af met rood-wit lint bijvoorbeeld. Of als het klein speelveld is: ga er even duidelijk staan zodat iedereen het goed gezien heeft tot waar ze mogen komen.

9. Vertaal

Kunnen sommige jongeren al beter Nederlands? Laat hen vertalen in hun eigen taal. Zij kunnen misschien stukjes van het spel vertalen voor hun vrienden. Zolang andere talen niemand uitsluiten en het spel ten goede komen, is dat niet erg.

Heb er wel oog voor wanneer je steeds hetzelfde kind vraagt om te vertalen. Dit is vaak ook een kind dat thuis al veel moet vertalen. Sommige kinderen vinden het anderzijds misschien net heel leuk om zo te kunnen helpen. Zorg dat het niet de verantwoordelijkheid van het kind wordt dat iedereen alles begrepen heeft, zodat het kind ook gewoon kan spelen en een leuke tijd kan hebben. Maar durf hen dus gerust te vragen of ze eens kunnen vertalen voor elkaar.

De jongeren zullen onder elkaar zeker hun eigen taal spreken, wat normaal is. Voel dus zeker geen achterdocht wanneer dat gebeurt. Ze kunnen in hun eigen taal elkaar helpen. Je begeleidt ook een activiteit, geen les. We zijn niet op school. Als je verbiedt om andere talen te spreken, geef je sommige jongeren het gevoel dat hun taal minderwaardig is.

Soms gebeurt het dat een groot deel van de jongeren dezelfde thuistaal spreekt en de voertaal op je activiteit niet meer het Nederlands is. Maak gerust afspraken over taal zodat de jongeren ook genoeg Nederlands kunnen oefenen. 

Spreek je als begeleider een taal die de jonge nieuwkomers ook verstaan? Gebruik je kennis als die bijdraagt aan de speluitleg. Spreek als begeleider ook zoveel mogelijk Nederlands om geen andere kinderen uit te sluiten.

Weet je niet welke taal een jongere spreekt? Dan kan je gebruik maken van een talenposter. Voor snelle vertalingen kan je ook Google TranslateDeepl Translator of Sayhi gebruiken.

10. Schakel ervaringsdeskundigen in

Jongeren die wel al goed Nederlands spreken, of jongeren die het spel al kennen. Als zij het spel meteen goed spelen, weten de anderen ook sneller wat ze moeten doen. Je boost bovendien het zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel van je ervaringsdeskundigen.

Speel zelf ook mee. Dat werkt aanstekelijk en geeft je spelers nog meer duidelijkheid en houvast.

Extra hulpmiddelen

  • Spelinspiratie nodig? Bezorg kinderen en jongeren een leuke tijd door middel van laagdrempelige, taalarme spelletjes. Enkele studenten van Thomas More maakten 2 spelletjesbundels met een stappenplan per spel én een visuele weergave. Veel spelplezier!
  • Voor kinderen en/of ouders die nog niet zo goed Nederlands spreken ontwikkelde Jeugdwerk voor Allen (nu Komaf) een aanwijsboekje met foto's en pictogrammen om elkaar beter te begrijpen. Met thema's als spelen, dagverloop, op stap, overnachten, administratie, eten & drinken, emoties, ... Je kunt elkaar letterlijk tonen wat je bedoelt. Download het wijsboekje en print het af!
  • Op zoek naar pictogrammen?
    • Vzw De Rand ontwikkelde pictogrammenboekjes.
    • De VVSG heeft ook een pagina met Communicatietools (VVSG) met onder andere ook pictogrammen.
    • Het Agentschap voor Inburgering en Integratie maakte ook een overzicht met taalhulpmiddelen (waaronder pictogrammen), specifiek voor het Oekraïens.
    • Op het platform Twinkl kan je gratis pictogrammen met Oekraïense vertaling downloaden.
  • Op zoek naar een vertaalapp?
    • Google Translate: makkelijk te gebruiken en erg bekend (websiteAndroid en iOS)
    • DeepL: kwalitatieve vertalingen (websiteAndroid en iOS)
    • Sayhi: naast een schriftelijke vertaling kan je ook alles inspreken en de vertaling laten uitspreken door de app. (Android en iOS)
  • Het Agentschap voor Inburgering en Integratie formuleerde tips voor het communiceren met anderstaligen.

Wanneer de communicatie echt stroef loopt en je hebt het gevoel dat je meer ondersteuning nodig hebt, kan je contact opnemen met het Agentschap Integratie en Inburgering. Het Agentschap Integratie en Inburgering biedt:

  • sociaal tolken ter plaatse
  • telefoontolken
  • vertalingen
  • opleidingen tot sociaal tolken en vertalers
  • en certificaten voor sociaal tolken en vertalen

Taalstimulering?

We benadrukken dat spelen op zich enorm belangrijk is voor alle kinderen en jongeren. Als er ondertussen ook nog gewerkt kan worden aan het leren van de Nederlandse taal, is dat erg mooi. Een taal aanleren is op zich geen taak van het jeugdwerk. Je kan wel beslissen om tich met taalstimulering aan de slag te gaan. Als jeugdwerk heb je dan 2 keuzes: 

  1. Je werkt geen andere (talige) activiteiten uit maar je let op je houding. Met de juiste, talige, begeleidershouding kan je extra oefenkansen Nederlands bieden zonder nieuwe activiteiten te verzinnen. Op de website van vzw ‘de Rand’ lees je wat een talige begeleidershouding is. Het draait vooral rond een warm welkom, duidelijke speluitleg, veel interactie en respect voor de ander.
  2. Je kiest er toch voor om specifiek rond taal aan de slag te gaan. Je maakt een talig programma. Hieronder vind je materiaal dat jullie daarbij kan helpen:
  • Roeland vzw ontwikkelde een bundel met verschillende oefeningen en spelletjes voor het oefenen op Nederlands. Er zit ook een verhaallijn voor een toneel in, net als inspiratie voor een kamplied.
    • Ze ontwikkelden ook een methodiek met bijbehorende poster op maat van kinderen om het taalniveau te bepalen en zo in groepjes verder te kunnen werken.
    • Je kan ook nog de bijlages downloaden voor de memory over dieren, beroepen en emoties.

  • Het Centrum voor Taal en Onderwijs en het productiehuis Motionmakers ontwikkelde in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant en vzw 'de Rand' het vormingspakket 'Alaboemsasa'. 'Alaboemsasa gaat over taalstimulering en omgaan met meertaligheid in de vrije tijd. Dit pakket helpt begeleiders om op een positieve manier het gebruik van het Nederlands te stimuleren tijdens vrijetijdsinitiatieven.
  • Ook de Stad Gent maakte een overzicht met interessante tips over taalstimulering.

Nog meer spelen met anderstaligen?

Leg je oor eens te luisteren bij Tumult, de organisatie die deze tien tips opstelde. Zij organiseren animator- of hoofdanimatorcursussen. Daar is altijd de helft van de jongeren geboren en getogen in België, en de andere helft heeft een achtergrond als vluchteling.

Ben je al animator en hoofdanimator en wil je graag mee op een kamp? Neem contact op met Tumult via 015/43.56.96 of kampen@tumult.be