Taal

Als je gaat spelen met jongeren die nog niet lang in België blijven, dan spreken zij nog onvoldoende Nederlands om vlot een speluitleg te begrijpen. Bovendien is het niet zo gemakkelijk om Nederlands te leren. Waarom is de ene er veel sneller mee weg dan de andere?

In deze animatiefilm vertelt acteur Pol Goossen het verhaal van Gloria, Samira en Ludwik. Drie mensen die naar school gaan om Nederlands te leren. “Ik dacht dat Nederlands leren voor iedereen in dezelfde rechte lijn verloopt. Dat je aan het einde van de weg goed Nederlands spreekt.” zegt Pol Goossen in de film. De weg naar ‘goed Nederlands’ is echter lang en vaak een parcours vol hindernissen. Veel inspanningen leiden niet altijd tot goede resultaten. En het uiteindelijke doel is, ondanks hoge inzet en motivatie, niet voor iedereen bereikbaar. Steek energie in de wens om elkaar te begrijpen, ook als iemand er niet in slaagt om goed Nederlands te spreken. Het is een grote uitdaging in een samenleving die Nederlands ziet als de belangrijkste sleutel tot integratie.

We willen benadrukken dat taal zeker geen grote drempel hoeft te zijn. Spel is universeel! Met deze aandachtspunten kun je perfect het spel spelen dat je in je hoofd had.

  • Wanneer je spreekt, gebruik dan korte zinnen, spreek traag en duidelijk. Zorg ook dat je voldoende luid spreekt, dan moeten de jongeren zich daar alvast niet extra voor concentreren.
  • Probeer de speluitleg visueel te maken. Druk tekeningen af als je belangrijke woorden wilt uitleggen. Maar je kan een groot spel ook uittekenen. Zo kun je de verschillende stappen van een spel duidelijk maken. Vb: 1ste tekening: Je moet eerst een animator zoeken. Er zijn verschillende animatoren verstopt in het bos. 2de tekening: bij die animator doe je een opdrachtje en krijg je in ruil een kaartje. 3de tekening: met je kaartje ga je naar de centrale post en kan je daar je kaartje omruilen voor geld. 4de tekening: de groep met het meeste geld wint!
  • Een duidelijke terreinafbakening is ook belangrijk. Stap het desnoods af, duidt het aan met rood-wit-rood-wit lint.
  • Gebruik altijd hetzelfde woord, liever geen synoniemen of varianten. Anders heb je het gevoel dat het over iets anders gaat. Vb: Zeg steeds schoen en niet schoen, bot, laars, sandaal. Herhalen van de belangrijkste woorden, kan natuurlijk wel helpen.
  • Overdrijf met je bewegingen wanneer je iets uitlegt. Beeld uit wat je bedoelt: lopen, springen, tikken, … Overdrijf gerust, loop desnoods naar de andere kant van het veld als dat de bedoeling is. Het is altijd handig om met meerdere personen de speluitleg te geven. Terwijl je vertelt toon je voor wat er moet gebeuren.
  • Wanneer je oogcontact maakt met de jongeren, kun je veel sneller zien of ze het begrepen hebben. Vraag hen ook of ze het begrepen hebben en laat voldoende tijd en kijk voldoende lang naar hen, zodat iedereen de kans kreeg om te zeggen “neen’. Zo merken ze ook dat je het normaal zou vinden dat ze het niet begrepen hebben. Om uitleg vragen is geen probleem voor een wereldspeler!
  • Om zeker te zijn dat iemand het begrijpt, kan je de speluitleg ook laten herhalen door iemand. Zorg er zeker voor dat ze zich dan niet hoeven te schamen. Je kan iemand hiervoor ook even apart nemen. Maar wanneer je het uittest, dan zal je het natuurlijk al even snel merken. Het helpt ook om je speluitleg in kleine groepjes te geven. Dan zijn de jongeren ook minder afgeleid, begrijpen ze je gemakkelijker, kun jij ook sneller zien of ze het begrepen hebben en durven zij sneller om uitleg vragen.
  • Maak gerust ook gebruik van de jongeren die al beter Nederlands kunnen. Zij kunnen misschien delen van het spel vertalen voor hun vrienden.
  • Durf je speluitleg op te bouwen. Leg eerst de basisversie uit en speel die. Als er extra zaken bij komen voeg je die er na een tijdje toe en zo verder.
  • De jongeren zullen onder elkaar zeker hun eigen taal spreken, wat normaal is. Voel dus zeker geen achterdocht wanneer dat gebeurt. Ze kunnen in hun eigen taal elkaar helpen. Je begeleidt ook een activiteit, geen les, we zijn niet op school.

We geven graag nog enkele hulpmiddelen mee:

  • Weet je niet welke taal een jongere spreekt? Dan kan je gebruik maken van een talenposter.
  • Voor snelle vertalingen gebruik je Google Translate of apps zoals ‘refuchat’, zowel beschikbaar in de App Store als voor Android.
  • Voor kinderen en/of ouders die nog niet zo goed Nederlands spreken ontwikkelde de VDS een aanwijsboekje met foto's en pictogrammen om elkaar beter te begrijpen. Met thema's als spelen, dagverloop, op stap, overnachten, administratie, eten & drinken, emoties... Je kunt elkaar letterlijk tonen wat je bedoelt. Download het wijsboekje hier en print het af!
  • Het Centrum voor Taal en Onderwijs en het productiehuis Motionmakers ontwikkelde in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant en vzw 'de Rand' het vormingspakket 'Alaboemsasa'. 'Alaboemsasa gaat over taalstimulering en omgaan met meertaligheid in de vrije tijd. Dit pakket helpt begeleiders om op een positieve manier het gebruik van het Nederlands te stimuleren tijdens vrijetijdsinitiatieven.Het vormingspakket bestaat uit een dvd en vormingsmateriaal. Het bevat beeldmateriaal dat in de zomer verzameld is op speelpleinwerkingen, bij jeugdbewegingen en op taalstages. Thomas De Soete van Studio Brussel sprak de DVD in.

Wanneer de communicatie echt stroef loopt en je hebt het gevoel dat je meer ondersteuning nodig hebt, kan je contact opnemen met het Agentschap Integratie en Inburgering. Het Agentschap Integratie en Inburgering biedt:

  • sociaal tolken ter plaatse;
  • telefoontolken;
  • vertalingen;
  • opleidingen tot sociaal tolken en vertalers;
  • en certificaten voor sociaal tolken en vertalen